2015

blog – Verzet

Vrijdag 9 januari 2015

Verzet

Ze zei het half lachend, half beschaamd, mijn oudste dochter. ‘Mam, in vrijwel elke dictatuur zou jij als een van de eersten worden vervolgd. Je bent journalist, dichteres, vrouw en roodharig. Dat is vragen om moeilijkheden.’

Dat was voor de aanslag in Parijs op de redactie van het satirische tijdschrift Charlie Hebdo.

Nu is mijn jongste dochter bang dat ik word neergeschoten. De woorden ‘redactie’ en ‘journalisten’ boezemen haar sinds het nieuws van woensdag 7 januari 2015 angst in.

Ik heb wel eens mensen geïnterviewd die met een rechterlijke machtiging waren opgenomen in de psychiatrie. Ik ben getuige geweest van een gedwongen crisisopname waarbij met veel dwang en drang een patiënt werd gesepareerd. Ik heb wel eens een tbs-er gesproken en ben regelmatig in gevangenissen geweest. Ik heb mensen gesproken die ondraaglijk leden, maar niet voor euthanasie in aanmerking kwamen. Ik heb gedichten geschreven over de liefde en over verlies, met grote woorden er in als wanhoop en rouw.

Ik heb een boek opgedragen aan een vriend die suïcide pleegde.

Ik heb een paar columns geschreven met een mening erin, over prestatiedruk en over de neoliberale samenleving, over bureaucratie in de zorg en over de noodzaak te denken aan de dood.

Allemaal heel veilig.

Ik ken dappere journalisten die oprecht worden gedreven door een verlangen de waarheid aan het licht te brengen.

Ik ken dichters wier waarheid alleen in hun hoofd huist.

Ik geloof niet in de waarheid. Ik ben niet dapper. Ik ben journalist geworden, omdat ik de wereld niet snap en (dus) vragen wil stellen. Ik schrijf gedichten, omdat ik geen andere manier vind om het onbenoembare van schoonheid en troost tastbaar te maken. Een half leven wilde ik liever een man zijn. Mijn haar verf ik al jaren.

Ik ben Charlie niet. Geen Anna Achmatova. Ik stond ook niet op de Dam gisteren. Ik heb een dag lang alle commentaren, blogs en cartoons bestudeerd die wereldwijd werden verspreid en heb mij alleen maar afgevraagd wat mij als journalist, dichteres, vrouw en roodharige nu te doen staat anders dan een cartoon delen op Facebook en toch lachen om die korte Lucky tv “Je suis Willy”.

Moet ik de wijken in trekken zoals oud Trouw-journalist Perdiep Ramesar en smeuïge reportages schrijven waarmee de angst wordt gevoed?

Moet ik gaan bloggen voor de zich als rechts profilerende nieuwssite jalta.nl of juist voor het als links bekendstaande de correspondent?

Moet ik het gesprek aangaan met de moeders van die etters die mijn dochters op straat na-sissen en hoer noemen?

Hoe moedig ben ik, hoe veilig wil ik zijn?

Vragen. Zoals Remco Campert dichtte.

Verzet begint niet met grote woorden

maar met kleine daden

zoals storm met zacht geritsel in de tuin

of de kat die de kolder in zijn kop krijgt

zoals brede rivieren

met een kleine bron

verscholen in het woud

zoals een vuurzee

met dezelfde lucifer

die een sigaret aansteekt

zoals liefde met een blik

een aanraking iets dat je opvalt in een stem

jezelf een vraag stellen

daarmee begint verzet

en dan die vraag aan een ander stellen.