2011

blog – Wilszwakte

Maandag 10 oktober 2011

Wilszwakte

Op zoek naar mogelijkheden om de steeds maar groeiende kosten van de gezondheidszorg te beheersen, opperen beleidsmakers en verzekeraars steeds vaker om rokers, drinkers en eters meer premie te laten betalen. Zij die genetisch zijn belast met een gezondheidsprobleem mogen rekenen op enige solidariteit van de premie betalende massa, maar zij die zich bewust en vermijdbaar overgeven aan evident schadelijke activiteiten als roken, drinken of (teveel) eten, mogen anderen niet op laten draaien voor hun zelfdestructieve gedrag. De samenleving zou deze “rokers en gulzigaards” hoogstens één keer een traject “psychische begeleiding tegen wilszwakte” kunnen aanbieden, zoals een brievenschrijver in de Volkskrant woensdag 5 oktober voorstelde. En voor de rest betaalt de vervuiler, ook als hij niemand anders vervuilt dan zichzelf.

Sinds we weten dat ons brein plastisch is en wij ons brein zijn, wordt meer dan ooit de suggestie gewekt als zouden mensen altijd in staat zijn het geluk in hun voordeel te keren. Ondanks dat wetenschappelijk al lang is vastgesteld dat verslaving net als borstkanker of schizofrenie een sterk genetische component heeft en dus weinig met wilszwakte heeft te maken, blijven mensen maar geloven dat wie echt wil alles kan. Dat is een schromelijke overschatting van het menselijke vermogen, vrees ik. Wilskracht helpt bij het halen van bepaalde doelen, maar verblindt evenzeer. Zij die uit zijn op hun eigen succes verliezen even zo vaak de ander uit het oog. En dat terwijl de mens bij uitstek een sociaal wezen is. Zonder anderen verpieteren we allemaal.

Minister Schippers van Volksgezondheid zei dit weekend in NRC Handelsblad dat ze geen levensstijlpolitie wil. Dat pleit voor haar. Tegelijk bezuinigt deze minister miljoenen op de GGZ. Die psychische begeleiding tegen wilszwakte zit er dus sowieso niet meer in. Wat rest is de acceptatie dat er ziekten zijn waarmee wij, als individu en als samenleving, zullen moeten leren leven. Financieel én emotioneel. De werkelijkheid zit vol blauwe plekken en die moeten we niet verdoezelen, maar verzorgen. Niet uitsluiten, maar insluiten.

blog – Uitverkoop

Zondag 3 juli 2011

Uitverkoop

Alsof alles van waarde in de uitverkoop stond deze week. Op maandag waren het de musici en acteurs die na een Mars van Beschaving het Binnenhof bereikten en tevergeefs lieten horen en zien dat ze toch echt de moeite waard zijn. Staatssecretaris Halbe Zijlstra was er niet gevoelig voor en zette de boel in de etalage. Die voorraden aan cultuur moeten nodig verramsjt.

Op woensdag waren het de patiënten van de geestelijke gezondheidszorg. Hoewel zij en hun hulpverleners uit de GGZ veel minder publicitaire aandacht trokken – een schizofreen doet het beeldtechnisch toch minder dan, pak ‘m beet, Halina Reijn – stonden ook zij manmoedig te verkleumen op het Malieveld. Minister Schippers nam een petitie aan waarop meer dan 40.000 handtekeningen stonden, maar ze had de kortingsbonnen voor de dolle dwaze dagen al verstuurd. Donderdag loodste zij probleemloos haar plannen langs de liberale lolbroeken en rancuneuze rakkers van het kabinet waardoor de zotten en zinnelozen van deze wereld voortaan zelf een deel van hun behandeling mogen betalen. “Vogel het zelf maar uit”, staat op het reclamebord dat boven de ballenbak van de bezuinigingen hangt. “Iedereen ondernemer”.

Op vrijdag ten slotte volgde het nieuws dat de Nederlandse literaire uitgeverijen in zulk zwaar weer zitten dat de Arbeiderspers is genoodzaakt samen te gaan met A.W. Bruna dat van oudsher een sterkere commerciële positie heeft. Dat komt vooral door bestseller kanonnen als Stieg Larsson, John Grisham en Suzanne Vermeer. In een tijd waarin veiligheid vóór justitie komt en wraak belangrijker is dan vergeving, verkopen bloeddorstige fantasieën over verkrachting, moord, afpersing en mishandeling nu eenmaal beter dan gedichten over de herfst en de dood van een geliefde.

In een wanhopige poging grip te krijgen op het gevoel van nutteloosheid dat mij deze week bekroop, herlas ik de gedichten van Lucebert. Zijn beroemde dichtregel “Alles van waarde is weerloos” prijkt al sinds 1979 in neonletters op een kantoorflat waarin een verzekeringsmaatschappij is gevestigd. Zo nieuw is het streven naar cultureel ondernemerschap dus niet. Hoe hard de maatregelen van dit rancunekabinet de schoonheid en de troost ook treffen, hoe luid de investment bankers en consultants straks ook het Nederlandse lied op Radio 2 zullen meebrullen, er zullen altijd weer dichters op staan, nuttelozen die woorden zoeken voor wat er is en wat er is geweest.

Door alle eeuwen heen zijn machthebbers bang geweest voor wat zij niet kunnen beheersen; gekte en gedichten. Laten we elkaar daarom fluisterend voorlezen in de holte van de nacht. Laten we niet oordelen, maar meedelen, laten we blijven schrijven en zingen over wat wij zien en horen, ruiken en voelen, en laat ons nooit vergeten dat verbittering hoop verstikt.

de zoeker naar de aard van een gedicht en

van des gedichts dichter

hij zal doof zijn voor het ijlingse

loven en laken van modejager & modeverguizer

de dichter hij eet de tijd op

de beleefde tijd

de toekomende tijd

hij oordeelt niet maar deelt mede

van dat waarvan hij deelgenoot is

mijn gedichten zijn gevormd

door mijn gehoor

en door de bewondering voor

en de verwantschap met

friedrich hölderlin & hans arp

de tijd der eenzijdige bewegingen is voorbij

daarom de proefondervindelijke poëzie is een zee

aan de mond van al die rivieren

die wij eens namen gaven als

dada (dat geen naam is)

en

daar dan zij wij damp

niemand meer rubriceert

Lucebert

Verzamelde gedichten (2002)

blog – Winterreis

Woensdag 18 mei 2011

Winterreis

Op 31 januari 1797 werd Franz Schubert geboren. Zijn vader, een onderwijzer, had negentien kinderen uit twee huwelijken. Frans was het op één na jongste kind uit de eerste verbintenis. Negen van de veertien kinderen uit dat huwelijk stierven op jonge leeftijd. Ook Franz. Althans, hij stierf op jonge leeftijd volgens onze hedentijdse begrippen, in 1828. Hij was toen 31 jaar oud. Jong, zeggen wij nu. Veel te jong, vond ook de dichter die zijn grafschrift schreef. Op Schuberts tombe in Wenen staat namelijk: Die Tonkunst begrab hier einen reichen Besitz aber noch viel schoenere Hoffnungen. Een rijk bezit voor de muziek waarin nog zoveel belofte school, dat was Schubert. Hij stierf straatarm en teerde zijn korte volwassen leeftijd voornamelijk op (rijkere) vrienden die zijn talent herkenden. Zijn nagelaten bekentenis over wat het leven is, of zou moeten zijn, bestaat uit 988 muzikale werken, waaronder acht symfonieën, vijftien strijkkwartetten, drie pianotrio’s en 567 liederen met pianobegeleiding. Winterreise is een van de bekendste liederencycli die Schubert componeerde, vlak voor zijn dood. Fremd bin ich eingezogen, fremd zieh’ ich wieder aus luiden de eerste zinnen van de cyclus. Ik ben als een vreemde binnengetreden en als een vreemde zal ik weer gaan. Zo moet Dominique Strauss-Kahn zich voelen in de gevangenis van Rikers Island. Een vreemde.

DSK is de van aanranding beschuldigde topman van het IMF en de gedoodverfde opvolger van de Franse president Sarkozy. Hij is nu twee keer zo oud als Schubert was toen die zijn laatste adem uitblies. De staat van dienst van DSK is indrukwekkend. Althans, volgens onze hedentijdse begrippen. Strauss-Kahn zetelde sinds 1986 in het Franse parlement, was minister van, onder andere, Financiën, hoogleraar, een “briljant” econoom en de mogelijke redding van Frankrijk tegen het donkere gevaar dat de blonde Marine Le Pen zo opgewekt verdoezelt. Het kamermeisje dat DSK ongewenst zou hebben bejegend, is van Afrikaanse afkomst, lees ik op internet. Wat zou hij hebben gedaan als hij Marine toevallig in de douche was tegengekomen? Zou hij zijn schaamte hebben bedekt of haar net zo stoutmoedig hebben vastgegrepen als de immigrante?

Franz Schubert had één grote liefde, Therese Grob. Zij was niet mooi, zeggen historici, maar zij inspireerde Franz ondertussen wel tot het schrijven van zeker 144 liederen. Hij kon financieel niet voor haar zorgen en daarom trouwde Therese, al dan niet onder druk van haar ouders, een ander. Volgens de overlevering zocht Schubert vervolgens troost bij prostituées die hem opscheepten met syfilis waaraan hij uiteindelijk, naar alle waarschijnlijkheid, ook is overleden.

Hoewel DSK financieel niets te klagen heeft en tot nu toe drie echtgenotes kon onderhouden, lijkt hem hetzelfde lot beschoren als de jonge componist. Ook Strauss-Kahn dreigt ten onder te gaan aan troosteloze lust. Daarmee houdt de vergelijking overigens meteen op. Terwijl de Fransen nog fulmineren tegen het Amerikaanse rechtssysteem waarin iemand door de heilige openbaarheid al schuldig is bevonden voordat een flinter bewijs is geleverd, betreurt DSK ongetwijfeld zijn onvermogen één grote liefde te koesteren. Eén muze die hem voor de geschiedenis had kunnen behouden, zoals Therese Grob dat deed voor Schubert.

Strauss-Kahn had Europese geschiedenis kunnen schrijven. Twee keer zelfs. Eén keer als redder van Griekenland en daarmee van de euro en de monetaire unie, één keer als redder van Frankrijk tegen de onderbuik van Marine Le Pen. In plaats daarvan wordt hij ervan verdacht zijn eigen onderbuik niet in bedwang te hebben.

Winterreise wordt over het algemeen gezien als een muzikale metafoor van menselijke eenzaamheid, een individuele zoektocht naar de kern van het bestaan. Ik moet denken aan het derde couplet van het het eerste lied van Schuberts beroemde cyclus. Strauss-Kahn zal zich in die woorden kunnen herkennen. Alleen weet over tweehonderd jaar niemand meer wie hij was.

Was soll ich länger weilen,    

daß man mich trieb’ hinaus?    

Laß irre Hunde heulen    

vor ihres Herren Haus!     

Die Liebe liebt das Wandern,

Gott hat sie so gemacht –      

von einem zu dem andern-

fein Liebchen, gute Nacht!

Ik moet ervoor bedanken

te worden weggejaagd.

Als dolle honden janken,

weet ik mij al belaagd.

De liefde houdt van zwerven,

God heeft dat zo bedacht,

net als het moeten sterven.

Ja, liefje, goedenacht!

(vertaling Frederik Menning)

blog – De schoonheid van rouw

Vrijdag 18 maart 2011

De schoonheid van rouw

Het is dat de winnaars van de World Press Photo al bekend zijn, anders hadden de fotografen van AP en Reuters die momenteel in Japan aan het werk zijn een goede kans gemaakt. Alle foto’s uit het rampgebied schrijnen. De oprukkende vloedgolf, de meedogenloze chaos van steen en staal, de overlevenden die op een schoolplein in Sendai in een lange rij volkomen beheerst wachten op drinkwater, de hand van een dode man uit de stad Toyoma. Mijn oog haakte aan de foto van een jonge vrouw die met opgetrokken blote benen tussen het puin in de voorstad Natori zit. Haar donkerrode rubber laarzen staan naast haar, besmeurd met modder. Ze huilt. Het is oorverdovend verdriet.

Niemand vraagt zich hardop af of wij getuigen mogen zijn van deze rouw. Hoewel er ongetwijfeld mensen zullen zijn die hun blik afwenden bij het zien van zoveel ellende, accepteren de meeste van ons de beelden als nieuws. Nieuws is wat mensen ten diepste beweegt en dat is zelden leuk. Nieuws is de siddering in de rechtszaal waar gisteren de pro forma zitting in de zaak Robert M. plaatsvond. Nieuws is het vliegverbod boven Libië. Nieuws is de rouw van Japan.

In de rechtszaal mocht gisteren niet worden gefotografeerd. Wel was er een tekenaar aanwezig die M., zijn advocaten en beide officieren van Justitie in beeld bracht. De tekening deed waarvoor ze was bedoeld: ze illustreerde een verhaal in de krant. Ze veroorzaakte geen siddering, geen afschuw, geen haat. Foto’s doen dat wel. Foto’s kunnen door je huid heen branden. Diep van binnen vreet bij ons namelijk een verlangen om te zien wat wij niet willen zien. Onze ogen blijven langer kleven aan de eenzame vrouw in Natori dan aan het lieflijke ijsbeertje in Blijdorp. Dat is journalisten niet te verwijten.

Soms is de emotie die mensen ervaren bij het zien van een nieuwsfoto zo groot dat zij proberen het beeld van hun netvlies te wissen. Dat doen ze vaak met een beroep op de ethiek, de moraal en zo nodig de wet. Een van de meest sprekende voorbeelden is de foto van het Soedanese meisje dat, hol van de honger, op haar hurken knielt terwijl een gier zichtbaar op haar dood wacht. De Zuid Afrikaanse Kevin Carter won er in 1994 de Pulitzer price mee. De morele verwijten aan zijn adres waren vervolgens zo overweldigend dat de fotograaf zichzelf maanden later van het leven beroofde. Carter liet zien wat wij niet willen zien. Mogen we hem dat verwijten? Ik vind van niet. Het debat over wat wel en niet journalistiek toelaatbaar is moet zich niet beperken tot de morele verantwoordelijkheid van journalisten en fotografen zelf. Het geweten van de lezer en de kijker is minstens zo bepalend voor wat nieuws wordt genoemd. En dat is zelden leuk.

Ik kan uren naar de foto van het Soedanese meisje kijken. Net als naar de foto van de Japanse vrouw en haar rubberlaarzen. Beelden die pijn doen en tegelijkertijd prachtig zijn. Dat is wat nieuwsfotografie kan doen: raken aan de schoonheid van rouw.

Ik ben blij dat er gisteren geen fotograaf in de rechtszaal zat.

blog – De sokkenwinkel van Joost van den Vondel

Dinsdag 8 maart 2011

100 jaar Internationale Vrouwendag

De sokkenwinkel van Joost van den Vondel

‘Welk aangeleerd gedrag heb jij doorbroken om jouw top te bereiken?’ Met deze vraag opende prinses Máxima het Women Inc. Festival afgelopen weekend in Amsterdam. Een opmaat tot Internationale Vrouwendag die vandaag voor de honderdste keer wordt gevierd. Journalisten in dag- en weekbladen maken de balans op. Wie is een topvrouw, wie is een (s)topvrouw (het woordgrapje is niet van mij). Vrij Nederland heeft eurocommissaris Neelie Kroes op de cover staan.Trouw interviewt Margriet van der Linde van Opzij. Ze hebben alle twee een hekel aan de verwende prinsesjes waarover journaliste Elma Drayer vorig jaar een boek schreef. Hun beider moeders werkten niet.

Toen ik het artikel over mevrouw Kroes las in VN (nummer 09, 5 maart 2011) bleef ik lang kijken naar een foto uit 1986 van de opening van de Oosterscheldedam. In het midden staat een in blauw gehulde koningin Beatrix, rechts naast haar staat een in cyclaam gehulde Neelie. Beatrix heft speels vermanend haar vinger, Neelie glimlacht bescheiden en spottend tegelijk. Al hun twintig nagels zijn zichtbaar rood gelakt. Met uitzondering van die nagels lijkt Neelie Kroes op die foto beangstigend veel op mijn moeder. Hetzelfde haar, diezelfde blik. En aangezien mijn moeder in de jaren zeventig hetzelfde kapsel had als Beatrix (elke zaterdagochtend wassen en watergolven) en ik haar ook een beetje als de koningin beschouwde (mijn moeder was een carrièrevrouw en werkte fulltime tot haar zeventigste), leverde de foto een persoonlijk dubbelportret op van wat ik altijd heb (aan)geleerd over vrouwelijke ambitie. Werk. Woeker met je talent. Wees economisch zelfstandig.

Dat gedrag heb ik vorig jaar doorbroken om de zogenaamde top te behalen. In mijn vak is dat het schrijven van een boek. Het verscheen in januari en gaat over de chronische psychiatrie. Niemand heeft om dat boek gevraagd, niemand heeft ervoor betaald. Ik heb jarenlang flutfolders en nonsense-nieuwsbrieven volgeschreven waarmee ik goed verdiende en die inmiddels allemaal bij het grof vuil staan. Drie weken na de bevalling van mijn tweede kind leverde ik de content van een website die al lang weer uit de lucht is. Volstrekt nutteloze arbeid in een van markt bezeten samenleving die mij economisch zelfstandig maakte en mij in staat stelde een oppas te betalen, veel schoenen (en boeken) te kopen, mijn kinderen op dure zomerkampen te laten gaan en elke maand mijn nagels te laten lakken. Een verwend prinsesje, inderdaad.

Nu ben ik economisch afhankelijk van mijn man. Als hij mij morgen verlaat, moet ik overmorgen het huis uit. Ik heb geen arbeidsongeschiktheidsverzekering en geen pensioen. Dat is namelijk verdampt dankzij Fortis en zit voor de rest in dat boek. Ben ik gelukkiger dan ik was toen ik nog geen (s)top- of zigzag- of een gemiste kansvrouw was? Nee. Aangeleerd gedrag is namelijk heel moeilijk af te leren. Maar laten we wel zijn, we kunnen niet allemaal koningin worden (denk aan Mabel, maar ook aan prins Charles). Dus ben ik weer naarstig op zoek naar opdrachtgevers die mij voor een flutfolder of iets anders onzinnigs willen belonen. Ik mag dan op de top van de piramide van Maslow staan, het geld is op. Ik heb één troost. Joost van den Vondel had een sokkenwinkel op de Warmoesstraat die hij van zijn vader had overgenomen. Hij stierf in bittere armoede. Maar de mooiste plekken in Amsterdam zijn naar hem vernoemd.

blog – Een pennenstrijd tegen het eigen gelijk

Zondag 27 februari 2011

Een pennenstrijd tegen het eigen gelijk

Psychiater Frank Koerselman vindt dat we teveel klagen, te ijdel zijn en doorslaan in onze behoefte aan waardering (de Volkskrant, het Vervolg, zaterdag 26 februari 2011). ‘Al dat twitteren en bloggen: alsof het er iets toe doet wat jij vindt’, zegt hij.

Het was die zin die mij overtuigde. Omdat niets er toe doet. Niemand vraagt om woorden. Het schrijven van een blog is net zo zinloos als het voortstuwen van een rots tegen een berg. Zinloos, maar niet waardeloos. Dat is de kern van Albert Camus’ Mythe van Sisyfus. Het gaat niet om de top, maar om de strijd.

De behoefte aan verhalen is grenzeloos, maar het verlangen ernaar wordt in toenemende mate beloond met meningen. In dat opzicht heeft Koerselman gelijk. Schrijvers zijn columnisten geworden. Dat is niet het doel dat ik nastreef met dit blog. Als er één reden is waarom ik journalist ben geworden, is het wel dat ik geen idee heb. Ik begrijp het niet. Ik begrijp het recht niet waarover ik al vijftien jaar publiceer en dat zelden gerechtigheid belooft. Ik begrijp niet dat mensen oprecht denken dat ze het geluk zelf kunnen afdwingen, terwijl zoveel mensen gek worden van een verdriet dat zij niet hebben gekozen. Ik begrijp het blinde vertrouwen in zelfredzaamheid niet, noch het geloof van miljoenen in de kracht van iets dat God heet. Het zijn enkele van de thema’s die in dit blog terug zullen komen. Gerechtigheid, geluk, gekte en God. Maar ook het vertrouwen in de rechtsstaat, het nut van straffen, de grenzen tussen non-fictie en fictie en de ethische mores van de journalistiek.

Het schrijven van een blog is voor mij meer dan een narcistische behoeftebevrediging, wat Koerselman daarvan ook mag denken. Schrijven is strijden. Een gedisciplineerd wanhoopsoffensief. Het bijhouden van een blog is in dat opzicht een strenge opdracht gedachten te ordenen tot zinnen. Dat daardoor ook de persoon van de schrijver in zich komt, is onvermijdelijk voor wie, als ik, gelooft dat vorm en vrouw één zijn. Dat is geen originele gedachte. De polemist Menno ter Braak betoogde in de jaren dertig van de vorige eeuw al: ‘Mijn ik is een vorm van polemiek, evenals mijn schrijven’. Het is het motto van dit blog.

Het komende jaar zal ik wekelijks een virtuele pennenstrijd voeren. Een pennenstrijd tegen het eigen gelijk. Wij moeten ons Sisyfus namelijk als gelukkig voorstellen.