2014

blog – De mens is geen merk

Donderdag 6 februari 2014

De mens is geen merk

Je passie volgen. Kansen zien. Geluk grijpen, rijkdom afdwingen. En dat allemaal omdat jij uniek, veelzijdig, authentiek en onmisbaar bent. Dat is de dominante cultuur van de afgelopen twintig jaar geworden, beïnvloed door marktdenken (iedereen een merk) en technologische ontwikkeling (Facebook, twitter et cetera). Maar sinds succes een keuze is geworden, groeit het onbehagen. Twintigers haken uitgeput af als ze voor hun vijfentwintigste nog geen boek hebben gepubliceerd of niet hebben opgetreden bij DWDD. Bart Cosijn en Anouk Eigenraam schreven er een goed stuk over in NRC Handelsblad van 1 februari (Opinie & debat) en Jeroen van Baar schreef er een heel boek over, De prestatiegeneratie, een pleidooi voor middelmatigheid.

Het doet mij als exponent van de generatie X deugd dat deze jonge mensen durven uitkomen voor de negatieve gevolgen die al dat najagen heeft. Al eerder waarschuwden deskundigen als psycho-analyticus en schrijver Paul Verhaeghe (Identiteit, De neoliberale waanzin) en psychiater Dirk de Wachter (Borderline times) voor de negatieve gevolgen van de prestatiedruk. Het aantal mensen dat lijdt aan depressies neemt schrikbarend toe; de WHO verwacht dat in 2020 depressie na hart- en vaatziekte de tweede ziekte zal zijn. Maar de schade is groter. Niet alleen individuen raken geestelijk ontwricht als hun dromen geen bestsellers worden en ze daarop publiekelijk worden afgerekend, de hele maatschappelijke structuur lijdt onder de dwang dat het glas altijd half vol moet zijn. Niet meer getraind om het noodlot te accepteren en niet meer belezen genoeg om te begrijpen dat het bestaan absurd was, is en altijd zal blijven, vluchten we voor al het lelijke dat het leven ons biedt. We schrijven kinderen die minder dan 545 op de Cito scoren bij voorbaat af, net als studenten die niet excelleren en werknemers die te weinig flexibel zijn om na acht reorganisaties nog steeds vol passie de zoveelste punt-op-de-horizon te zetten. We mijden vrienden die werkloos worden, ontkennen gevoelens van somberheid, en proberen de pijn van echtscheidingen, ziekte, ouderdom en, ten slotte, de dood, met alle kracht buiten ons te houden. Dat doen we bij voorkeur door een beschuldigende vinger naar de ander te wijzen. Niet geslaagd? Eigen schuld.

Misschien komt het, omdat in de jaren tachtig waarin ik opgroeide alles somber was, maar ik heb die houding van “geluk is een keuze” en “succes dwing je af” nooit begrepen. Elke week blader ik met verbijstering door de glanzende bijlagen van de kranten waarin ondanks de aanhoudende economische crisis, de vergrijzing en de steeds grotere kans op psychische ziekten nog steeds alles mooi, rijk en jong is. Zelfs de contactadvertenties verraden een bijna panisch aandoende hunkering naar een fantastische sprookjeswereld, terwijl de zoekende partners toch zouden moeten weten dat die niet bestaat. Getuige de advertenties in NRC is iedereen uit het bestand van perelatie.nl (veertig plussers) ‘hartelijk’, ‘optimistisch’, ‘succesvol’, ‘energiek’, ‘slim’ en ‘een doorzetter’. Terwijl we allemaal weten dat achter die woorden eenzaamheid, rouw en verlies schuilgaan. De wereld is geen sprookje en het leven geen rozentuin. Wie daar nog aan twijfelt moet de film La grande bellezza (nog) een keer bekijken. In die film figureren allemaal hyper succesvolle mensen en ze zijn allemaal doodongelukkig.

Ik ben ervan overtuigd dat al die nadruk op excellentie en succes mensen veel ongelukkiger maakt dan ze zouden hoeven zijn. Wie voor zichzelf een gemis kan toegeven en dat kan delen met iemand anders, voelt zich over het algemeen veel beter dan degene die krampachtig blijft beweren dat het gewéldig met de kinderen gaat. Het glas, dames en heren, is niet half vol, maar half leeg. Of, zoals de Franse filosoof Albert Camus schreef in het toneelstuk Caligula: Les hommes meurent et ils ne sont pas heureux. De mensen sterven en ze zijn niet gelukkig.

We gaan allemaal dood en we moeten er maar het beste van zien te maken. Niet door te roepen dat het goed komt als je maar positief denkt, maar door elkaar te steunen en met mildheid en mededogen naar onze eigen en elkaars blauwe plekken te leren kijken. Laten we ophouden elkaar de tent uit te vechten en ongelukkig te praten door het ongeluk te ontkennen. De mens is geen merk dat je met de juiste reclame succesvol in markt kunt zetten. Laten we ophouden te doen alsof.

Een ingekorte versie van deze opinie verscheen als ingezonden brief in NRC Handelsblad van 4 februari 2014.