2017

blog- Op kamers

Zondag 17 september 2017

Op kamers

Tien jaar geleden kwamen we er wonen, in het huis met de kamers. Ze waren 9, 7 en 3, de dochters, en ze mochten zelf een nieuw bed uitzoeken. Op de bovenste etage legde ik kabels aan om televisie te kunnen kijken (wat kritische vrienden onverantwoord vonden). We kochten stapels cd’s met kinderliedjes, dvd’s met films over prinsessen, monsters en tovenaarsleerlingen. Voor de familiecomputer die in de woonkamer stond, kocht ik educatief verantwoorde cd-roms met spelletjes, over Rembrandt in het Rijksmuseum en de van origine Zweedse, maar bij ons Vlaams sprekende Alfons Åberg. In de kasten prijkten de boeken die mijn moeder mij voorlas, Beertje Ligthart van Jaap ter Haar en De zoon van de woordbouwer van Frank Herzen. Ik op mijn beurt las mijn dochters voor, avonden lang. Zij herinneren zich nog de verhalen, een enkele zin kunnen zij citeren.
Zelf lezen ze niet meer. Ze draaien geen cd’s en kijken geen dvd’s. De cd-roms lagen al jaren te verstoffen. Notebooks en smartphones, Spotify, Netflix, instagram en snapchat hebben mijn huishouden en dat van miljoenen mensen met mij in nog geen tien jaar fundamenteel veranderd. Mijn dochters zullen niet meer de boeken erven die ik van mijn moeder kreeg. De stapels fotoboeken die mijn vader zestig jaar lang zorgvuldig samenstelde, zullen uiteindelijk misschien gedigitaliseerd worden, maar waarschijnlijk door een kleinkind worden weggegooid. De kilometers papier waartussen ik mij veilig waande, verpulveren tussen mijn vingers.

Er zijn mensen die zeggen altijd naar voren te leven. Die de toekomst omarmen als de verloren gewaande zoon die ze nooit hebben gehad en hun teleurstellingen en angsten, gevoed door een onherstelbaar verleden, het liefst teniet doen met steeds weer nieuwe ervaringen en andere gezichten. Nostalgici, zij die zich juist troosten aan de dingen en de mensen van weleer, verhuizen zelden. Daartussenin leven de mensen van het heden, zij die wel mee moeten buigen met de tijd, omdat hun kinderen of hun baas dat eisen en die alleen al om die reden eens in de zoveel jaar grondig moeten opruimen.
Ik behoor tot het heden. Hoewel ik zelf schrijfster ben, wil ik mij niet beklagen over het verlies van de kracht van het boek. Games of thrones is voor mijn dochters net zo verslavend als Kruistocht in de spijkerbroek dat voor mij was (ik las het zeven keer). Het woord is beeld geworden, maar drieduizend jaar geleden gebeurde precies het tegenovergestelde en dat relativeert enorm. Bovendien bewijst een verkoopsucces als de Napolitaanse romans van Elena Ferrante dat de behoefte aan de verhalen over anderen en de tijd waarin zij leven wereldwijd nog steeds groot is.
De mens, naar voren levend, naar achteren kijkend of ploeterend in het nu, heeft verhalen nodig om zichzelf vorm te geven. De manier waarop mijn kinderen dat tegenwoordig doen, op hun telefoons, in universums waarin je foto’s van jezelf kunt manipuleren van hond tot Doutzen Kroes, is in essentie niet anders dan de manier waarop ik vroeger brieven schreef of tickets in dagboeken plakte. Wat is veranderd, is het zichtbare geheugen dat al dat papier, die boeken, die films en cd’s achterlieten in onze huizen.
Nu alles op een stick past, niet groter dan een duim, verdwijnt de mogelijkheid om, al opruimend, de herinnering haar werk te laten doen en daarmee betekenis aan het verleden te geven. Ik kon nog een laatste keer melancholisch meezingen met de muziek op de cd’s die ik opborg, ik kon de boeken ruiken die mijn moeder mij gaf en die ik zelf kocht, de verhalen herkauwen die ik in het geheugen van mijn dochters plantte. Door de rituelen te herhalen die generaties voor mij ook al voltrokken – het opruimen van de kamer van het kind dat vertrekt en daarmee ruimte gevend aan een nieuw evenwicht voor de kinderen die blijven – besefte ik eens te meer dat dit een deel mijn leven is geweest, de kindertijd van mijn dochters. Ik heb die tijd voor even weer kunnen vastpakken, waardoor ik mijn persoonlijke verhaal en dat van mijn kinderen in de geschiedenis heb kunnen plaatsen.
Als ik sterf, zullen mijn dochters hetzelfde moeten doen, want ondanks de drie kisten boeken en de tassen vol speelgoed en films die ik naar de kringloop bracht, staan de muren in dit huis nog altijd vol met boeken. Maar hun kinderen, mochten zij die krijgen, zullen andere rituelen moeten vinden om hun ouders in de tijd te plaatsen. De kans dat het usb-stickje van nu in het apparaat van de toekomst past, is klein. The cloud is weliswaar schier eindeloos, maar ook eindeloos onzichtbaar voor wie eens grondig wil opruimen. Zelf maak ik nog steeds fotoboeken die ik ook laat afdrukken. Wij kijken er samen nog regelmatig naar en halen zo de tijd weer in. Wie kijkt er nog samen naar de duizenden selfies die voor altijd op instagram staan?

Ik weet nog hoe het rook, in de keuken van mijn grootvader. Hij was banketbakker en maakte tot op hoge leeftijd zelf zijn eigen gebak, roomsoezen, banketstaaf en cake. Ons huis rook naar papier, naar boekenkasten vol stofnesten waar zilvervisjes tussen de bladzijden schuilden. Hoe zal het ruiken in de huizen van mijn dochters, waar het licht altijd flikkert en de schermen nooit op zwart springen? Hoe zullen zij hun eigen verleden en dat van ons behouden om te komen tot de verhalen die ons maken tot de mensen die wij waren en die zullen worden?
Ik durf het mijn dochters niet te vragen. Ik lap hun ramen, verschoon hun bedden en druk hun op het hart dat ze dat straks allemaal zelf moeten doen als ze op kamers gaan. Dan kijk ik naar de wanden die de jongste opnieuw heeft behangen met plaatjes die ze zelf heeft uitgeprint. Portretten van haarzelf, vrienden en vriendinnen, foto’s van haar zusjes, van ons, haar ouders, en van haar grootouders. Op het prikbord van de middelste dochter hangt de uitvaartliturgie van mijn vader en die van mijn schoonmoeder.
Over tien jaar zal ik die wanden weer opnieuw schilderen. Maar niet eerder.

blog – Voltooid leven

Maandag 22 mei 2017

Voltooid leven

Als ze vertelt dat ze in 1932 is geboren en Mirjam Kooperberg heet, hoeft ze niets meer uit te leggen. De geschiedenis van namen en data is groter dan zijzelf. Drie meisjes telde het gezin Kooperberg en ze overleefden allemaal de oorlog, in een kamp op Sumatra. Joodse overlevenden van een koloniale bezetting.

Haar eerste vriend heette Leon Lipschwitz. Ze leerde hem kennen via de joodse jeugdfederatie in Amsterdam. Ze maakten samen plannen, over kinderen en hoe zij de vloek zouden verbreken. Als ze een meisje zouden krijgen, wilden zij haar Mare noemen, het bittere kruid. Een zoon zou de naam Asaël krijgen, hij die God heeft gemaakt. Toen werd ze verliefd op Rien Karels, een arbeiderszoon uit Amsterdam-West. Niemand vond dat een goed idee.

Ze trouwden en kregen twee kinderen. Hun zoon noemden ze Piet, naar zijn oudste broer. Hun dochter heette Janna. Zo heette zijn moeder.
‘Janna komt van Johannes,’ zei ze tegen haar eigen moeder. ‘Yochanan, de door God begenadigde.’
‘Met Johannes heb ik niets te maken,’ antwoordde haar moeder.

Het huwelijk hield geen stand. Ze bleven goede vrienden. Zij voedde de kinderen op. Hij kwam elke donderdagavond eten.

Nadat hun dochter Janna zich in 1982 had opgehangen in het trapgat van haar huis, 24 jaar oud, hield Mirjam een dagboek bij. ‘In het radarwerk van haar geest moet iets beschadigd zijn,’ schreef ze. ‘Mijn moeder stierf toen ze 80 was. Oud en verzadigd van dagen, zoals in de Thora staat. Waarom mag een oude vrouw levensmoe zijn en een jonge vrouw als Janna niet? Waarom heb ik zo’n moeite dat te accepteren?’

 

 

 

blog – Maak er wat van

Dinsdag 2 mei 2017

Maak er wat van

Nadat haar beide borsten waren afgezet, leefde ze nog drie maanden. Het ging sneller dan verwacht. Ze stierf te midden van haar gezin, een man en vier kinderen. 56 jaar, dat is te jong, zegt iedereen. Te midden van een gezin, dat is genade, iedereen zegt het.
Makkelijk was het niet geweest. Op haar website beschreef ze openhartig hoe haar huwelijk tot twee keer toe in woelig water was terechtgekomen. Een keer, omdat ze hun huis ingrijpend hadden laten verbouwen. Een verbouwing is een van de grootste stressmomenten in een huwelijk, leerde ze.
Een paar jaar later ging het bijna mis, omdat de puberende kinderen een wig tussen hen dreigden te drijven. Hun jongste zoon was opgepakt door de politie. Haar man was woedend geweest, zij was ertussen gesprongen.
Door haar persoonlijke ervaringen te delen, hoopte ze nieuwe klanten te werven. Na een carrière in de zorg, was ze toe aan een nieuwe uitdaging. Ze werd coach. Ze wilde mensen helpen de lichtheid in het dagelijks leven terug te vinden.
“Mensen zeggen vaak dat je wat van het leven moet maken”, schreef ze op haar site. “Maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Persoonlijke problemen hebben we allemaal, in elke levensfase. Daarvoor hoeven we ons niet te schamen, daarover moeten we praten. Dat gaat soms makkelijker met een vreemde dan met je eigen partner.”
Haar man had een tijdje een minnares gehad, een collega, blond. Dat was de derde crisis geweest. Dat schreef ze maar niet op.

Hij bleef bij haar tot het einde. Hij betastte haar geschonden huid ter hoogte van haar hart, daar waar zij hun kinderen had gezoogd. Hij stond naast haar bed toen haar adem stokte.

Haar website is nog altijd in de lucht.