2018

blog – Week 2

De nullijn

Week 2 

In een rotsvast vertrouwen dat ze Jezus zal ontmoeten, wacht tante op de dood. 95 is ze. Ze leest Geert Mak en Jan Siebelink, kijkt graag naar De slimste mens, noemt Donald Trump ‘een varken’ en heeft het over ‘roomsen’ als het om de buren gaat. Vijftig was ze toen haar man stierf, met wie ze een dochter heeft. Die ziet ze nooit meer. De dochter heeft na een lange reeks psychiatrische opnamen het contact met haar moeder verbroken. Het is zo lang geleden dat zelfs de herinnering niet meer wringt. Tante citeert uit het evangelie van Johannes, de parabel van Jezus en de overspelige vrouw. ‘Wie zonder zonde is, werpe de eerste steen.’

God sterft uit. Met elke tante die hij opneemt in Zijn heerlijkheid verdwijnt Hij verder achter de horizon die mijn familiegeschiedenis tekent. In minder dan drie generaties is de Heere der heerscharen failliet verklaard zonder dat de mogelijkheden van een doorstart zijn onderzocht. De vanzelfsprekendheid waarmee mijn ouders in hun liefdesbrieven nog over Zijn genade schreven – ze hoopten op een groot gezin – is in een halve eeuw verpulverd tot het stof dat altijd al een dreigend toekomstperspectief was voor gelovigen. Denn alles fleisch es ist wie gras.
Met de kracht van het nu heeft het hiernamaals aan aantrekkingskracht ingeboet. Maar naarmate ik zelf ouder word, verschijnen op mijn tijdlijn steeds meer herinneringen aan de schepping. Weilanden gehuld in mist, regenbogen boven de Amstel, wolkenluchten zoals alleen Hollandse schilders die weten te vangen. De techniek van de troost mag dan onherkenbaar veranderd zijn de afgelopen vijftig jaar, het verlangen ernaar blijkt onveranderlijk.

Tastend naar verzoening met de breuklijn in mijn eigen leven, zal ik tante gedenken, mocht de Heer zo genadig zijn haar dit jaar nog naar huis te halen. Want van haar komt de kracht en de eerlijkheid, tot in eeuwigheid.

 

blog – Week 1

De nullijn

Week 1 

Al het begin is een herhaling. Ik ben als eerste wakker. De koffie smaakt als gisteren. Facebook herinnert mij aan de tijd. Vier jaar geleden postte ik dit bericht naar aanleiding van de verschijning van mijn eerste roman.

Lieve vrienden, dank voor al jullie lieve berichten op mijn verjaardag. Ik heb dertien dagen mijn computer niet geopend, 30 afleveringen Downton Abbey gekeken (een aanrader), met onze dochters op het graf van mijn zusje Anneke gestaan waarop de woorden Gloria in excelsis Deo staan, en mij dankbaar gerealiseerd dat ‘schrijven een uitstekend middel is tegen de gevolgen van het vergeten’ zoals (geparafraseerd) Alain de Botton en John Armstrong schrijven in hun prachtige boek Kunst als therapie. En dat is het: muziek, beelden en – voor mij – schrijven zijn een manier om structuur te geven aan het onbenoembare, de ‘dingen’ die we vroeger God noemden, of kunst, of liefde. De dingen dus. Heb een rijk en oprecht 2014.

Ik was 47 geworden. Nu ben ik 51.

Ik ruim, als altijd op 1 januari, de kerstboom op. Alsof de geur van stervend hars de opmaat tot het nieuwe jaar belemmert. Ik verschuif de piano die al jaren onder de trap staat en daardoor gewond is geraakt. Het gruis van de schoenen van de kinderen heeft zich in de flanken van het hout gekerfd. Kinderen die zich naar boven spoeden, naar eigen kamers en eigen beloftes, their rooms of their own.
Ik verwacht dat ik over de helft van mijn leven ben. Ik heb ruim 25 jaar gewerkt als journalist en schrijver, het beste middel tegen het vergeten. In die kwart eeuw is het woord beeld geworden; Instagram is het archief van de moderne tijd. Ik post een foto van een babysokje. Ik krijg vier likes.
Ik sta op de nullijn van mijn leven. Alles kan opnieuw beginnen, zoals het begon toen ik 25 was. Het grote verschil zijn de drie vrouwen die ik mijn dochters noem en die ik langzaam laat vieren, als de schoot van het schip.
Het schip werd schoot wordt schip.