2019

blog – De dingen

De dingen

2

Ze reageerde opgetogen, mijn in Paramaribo geboren vriendin. De armband die ik voor mijn verjaardag had gekregen, was Surinaams, dat wist ze zeker. ‘Al die steentjes, die zijn tegen het boze oog.’
Aan mijn deur hangt een vergelijkbaar oog. Gekregen van een andere vriendin die een jaar in Instanbul woonde en daar een prachtig boek over schreef, Het veer van Istanbul (2010). In mijn jonge jaren droeg ik het handje van Fatima om mijn nek. Overal schuilt bescherming.
Terwijl in Nederland de regenboogvlaggen niet aan te slepen zijn als protest tegen de homofobe en tegen transgenders gerichte Nashville-verklaring, en SGP-voorman Kees van der Staaij het in cartoons en schotschriften om zijn oren krijgt, ben ik beschermd tegen het boze oog. Ik sta daarin niet alleen. 84 procent van de wereldbevolking noemt zichzelf religieus[1] en tot de overige 16 procent – waartoe ik mijzelf reken – horen ook de zogeheten ‘ietsisten’ die weliswaar niet in G’d geloven, maar wel dat er ‘iets’ is tussen hemel en aarde. Dat is de grote paradox van het menselijk bestaan; we willen ergens bij horen en tegelijk sluiten we daarmee onherroepelijk anderen buiten. Jezus is liefde en Mohammed vreedzaam en tegelijk veroordelen christenen en moslims elkaar en andersdenkenden binnen hun eigen gemeenschap en schuwen ze geen geweld als het om hun waarheid gaat. Een waarheid die niemand kan bewijzen; anders is het geen geloven meer.
Het is niet de armband die mij beschermt tegen het kwaad. Het is de gever die mij troost. Een gever die mij ook heeft gekwetst. Want dat is wat de mens zo hartstochtelijk naar het hogere doet zoeken, naar wat hij als sterveling maar niet kan verklaren: de blauwe plekken van het bestaan, de wanhoop, het onrecht, de feilbaarheid, hoe kunnen we dat verdragen als we ons niet gedragen weten door iets wat groter is dan onszelf? Het gaat om de liefde, zegt de een. Alles draait om G’d, zegt de ander. Noch het een, noch het ander is wetenschappelijk te bewijzen. Wel het verlangen ernaar.

[1] https://www.groene.nl/artikel/84-procent-van-de-wereldbevolking-is-religieus

blog-De dingen

De dingen

1

Hij noemde het “de dingen”, mijn schoonvader. De dingen die ertoe doen. Niet het zichtbare succes, maar het onbenoembare dat achter het leven schuil gaat. De dingen. Het is de titel van dit nieuwe blog.
Van alle filosofen die ik heb geprobeerd te lezen, staat Albert Camus (1913-1960) mij het helderst voor de geest. Dat het leven zinloos is, maar niet waardeloos. Dat het nastreven van geluk vergelijkbaar is met het naar boven rollen van een steen tegen een rots, zoals Sisyphus deed. Een steen die telkens weer naar beneden rolt. En dan opnieuw beginnen.
Zoals elke eerste dag van het nieuwe jaar ruimde ik 1 januari de kerstboom op. Ik had dit jaar een grote boom gekocht, te groot vond mijn man. Of, en zo ja welke betekenis ik aan een grote boom hechtte, durf ik niet te zeggen. Ik weet alleen dat ik er graag een wilde. Toen ik hem kocht, wist ik ook dat hij de boom te groot zou vinden. Toch deed ik het. Een daad van klein en kleinburgerlijk verzet, een streven naar eigenheid in verbondenheid. “In de plaats waar de boom valt, daar zal hij zijn” (Prediker 11:3). Het was de tekst die ik voorlas op onze trouwdag.
Een boom optuigen om drie weken later weer af te breken, is even zinloos als betekenisvol. Als het leven zelf. Wetende te zullen sterven, lijkt ons dagelijks streven soms zo nutteloos. Toch gaan we weer aan het werk, zoeken we onze collega’s op, maken we ons zorgen of er wel nieuwe opdrachten zullen komen, proberen we goede voornemens tot werkelijkheid te scheppen en publiceren we boeken, ongeacht of er lezers zullen zijn.
“Au milieu de l’hiver, j’apprenais enfin qu’il y avait en moi un été invincible”, schreef Camus in zijn essay L’Eté (1954). Midden in de winter begreep ik eindelijk dat er in mij een onoverwinnelijke zomer schuilgaat. Dat zijn de dingen. Een warm hart en een te grote kerstboom die ons huis ooit kleurde in wit en zilver licht.